Zeiltechniek
voor jolzeilers Versie Januari 2005 Inleiding Negentig jaar na de introductie van de twaalfvoetsjol in 1914 is de jol nog steeds populair als wedstrijdboot en om toertochten mee te maken. Veel zeilers zich aangetrokken voelen tot het mooie blank houten overnaads gebouwde scheepje met zijn klassieke gangen. De instroom van het nieuwe leden in de jollenclub is voor mij de reden geweest om in het voorjaar van 2004 een thema-bijeenkomst te organiseren met als doel informatie uitwisseling over de bijzondere vaareigenschappen van de jol. De nieuwe Jollenclubleden vormt vanzelfsprekend de belangrijkste doelgroep om met behulp van de informatie in een kortere periode “wegwijs” te maken in de jol en er daardoor meer plezier aan te beleven. Een goed getrimde jol geeft immers altijd meer zeilplezier. In
dit verhaal heb ik de thema-informatie verwerkt om beginnende jolzeilers
& zeilster inzicht te geven in de volgende vier vragen over zeiltechniek
voor jolzeilers. In
het voor- en najaar wordt een thema-bijeenkomst gehouden in het clubgebouw
van de W.V. Braassemermeer. Voor de datum en tijdstip zie de rubriek “Uit
de Regio’s”. Mochten er zeilers of zeilsters zijn die andere of aanvullende opvattingen of vragen hebben dan hoor ik dat graag . Dat kan natuurlijk telefonisch, per e-mail of via de rubriek "forum". Informatieuitwisseling werkt immers “bevruchtend” voor iedereen die geïnteresseerd is in het zeilen in de jol.
De
originele ontwerptekening (sheet number 1, june 1913) van George Cockshot
geeft ons informatie over de ontwerp uitgangspunten van de rompvorm. Op
de nu geldende tekening blad 1 van 07/10/1995 wordt deze informatie niet
vermeld. Het gaat om het volgende: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De
langsscheepse trim is bij de jol extreem gevoelig voor gewichtsverplaatsing,
dat wordt veroorzaakt door het volgende: George Cockshot is uitgegaan van een ontwerpwaterverplaatsing van 640 lbs, dat komt overeen met 290 kg. De jol is dus ontworpen op een totaal bemanning-gewicht van ongeveer 130 kg, zie rekenvoorbeeld.
Vanwege
de beperkte afmetingen van de jol en het relatief grote zeiloppervlak
heb ik veelal het gevoel dat de jol een relatief overtuigde eenmansboot
is waarbij het meenemen van 2e “man” wordt toegestaan. De optimale “limit”van
zeiltype & zeilkracht en het In
onderstaand overzicht zijn de dwarskrachten (Dk) aangegeven die bij de
vermelde windsnelheden en typen zeilen ontstaan. De gegevens zijn gebaseerd
op de ervaring met Kort & Smit zeilen en het boek “Sailing theory
and practice” van de Poolse wetenschapper Als we uitgaan van 1 meter afstand tussen Zwaartepunt van de bemanning en het drukpunt van het verplaatste water en een afstand van 3 meter tussen het zeilpunt met dwarskracht (Dk) en het lateraalpunt dan is het benodigde bemanningsgewicht 3 x Dk. Neem ik mijzelf als voorbeeld dan kan ik met 90 kg de jol optimaal(rechtop) varen bij een windsnelheid van 6 mtr/sec als ik het middenweerzeil gebruik.
*Opmerking:
De trim-mogelijkheden zijn bij de jol in redelijke mate aanwezig. Het verschil met andere klassen is dat voor de wedstrijd een aantal keuzes gemaakt moeten worden, als je eenmaal vaart dan zijn de trim-mogelijkheden beperkt. Voorbereiding
voor de wedstrijd
in dwarsrichting (te slap).
beide richtingen.
wat minder. groter dat de u-vormige beugel achter het want blijft hangen bij overstag gaan als de halstalie “los” staat. Tijdens
de wedstrijd
veel omhoog komt op ruime koersen. "Strak" heeft tot gevolg dat het diepste punt van de bolling iets naar voren komt, dat de voorlijkhoek iets groter wordt en veroorzaakt meer spanning op het achterlijk. “Los” heeft tot gevolg dat het diepste punt van de bolling iets naar achteren verplaatst, het zeil wat vlakker, de voorlijkhoek wat kleiner wordt en het achterlijk wat beter “lost”.
Als op basis van de roerdruk de indruk bestaat dat de jol te veel de neiging heeft om naar loefzijde te draaien dan kan dat meestal wel gecorrigeerd worden door het midzwaard wat hoger af te stellen, bijvoorbeeld 2 tot 3 centimeter. Andere
correctie mogelijkheden zijn: Een
bijzonder aandachtpunt is de positie van de masttop (dus ook vanhet zeil)
t.o.v. de boot. De
meest voorkomende maatregelen om de achterwaartse verplaatsing van de
masttop tegen te gaan zijn: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||