Inleiding
Ruim negentig jaar na de introductie van de Twaalfvoetsjol in 1914 is de Jol nog steeds populair
als wedstrijdboot en om toertochten mee te maken. Het toepassen van een “bindrif” om het
zeiloppervlakte verkleinen is even oud als het ontwerp van de Jol zelf.
Het gereefd zeilen tijdens wedstrijden komt momenteel nog slechts bij hoge uitzondering voor.
In plaats daarvan wordt bij harde wind gewoonlijk met volzeil en een relatief groot (totaal)
bemanningsgewicht gevaren. De Jolconstructie wordt hierbij vaak (te) zwaar belast.
De
vraag “wel of geen bemanning” is ook even oud als het ontwerp van
de jol.
Een gereefd zeil geeft de jolzeiler de mogelijkheid om tot begin 5 Beaufort
alleen te varen.
Het is dus ook een manier om de bemannings-”problematiek” te verminderen.
In deze beschrijving over gereefd zeilen in de Jol wordt ingegaan op de mogelijkheden
daarvan
op basis van het volgende:
1. De historie van gereefd zeilen in de Jol.
2. De mogelijkheden en voor- en nadelen van gereefd zeilen.
3. De noodzakelijke aanpassingen om een zeil reefbaar te maken.
4. De huidige reef-aanpak t.o.v. de historische aanpak en de klassenvoorschriften
(2004).
In het voor- en najaar 2005/2006 worden thema bijeenkomsten gehouden in het clubgebouw
van
de W.V. Braassemermeer. Voor de datum en tijdstip, zie de pagina “Uit
de Regio’s”.
Tijdens deze bijeenkomsten kan informatie over “Gereefd zeilen in de Twaalfvoetsjol”
nader
wordentoegelicht.
Alle leden zijn natuurlijk welkom.
Mochten er zeilers of zeilsters zijn die andere of aanvullende inzichten hebben, dan hoor ik
dat graag. Dat kan natuurlijk telefonisch, per E-mail of via de rubriek “forum”.
1. De historie van gereefd zeilen in de Twaalfvoetsjol
In
de periode van het ontwerp van de Jol was het gebruikelijk om een relatief groot
en bol
(standaard-)zeil toe te passen om bij weinig wind voldoende bootsnelheid te
hebben.
Bij een dergelijk zeil is het noodzakelijk om bij toenemende wind het zeiloppervlak
te
reduceren. Hiervoor gebruikte men de rolrif- of de bindrif-methode.
De
Twaalfvoetsjol, die in1914 door de Boat Racing Association (BRA) werd ingedeeld
bij
de Internationale klasse van sloep-jachten, heeft een zeilplan met twee mogelijkheden
voor een bindrif. Deze oplossing zien we bij vrijwel alle zeilsloepen en rond-
en
platbodem jachten die afgeleid zijn van bedrijfsvaartuigen voor de vrachtvaart
en visserij.
In de Twaalfvoetsjol werd tot de zestiger jaren bij harde wind veelvuldig met
gereefde (katoen-)zeilen gezeild (zie de vele foto’s in het jubileumboek).
In
1927 (het jaar vóór de Olympische spelen van 1928) is de Technische
Commissie
akkoord gegaan met het toepassen van een “waterrif” (zie 75 jaar
reilen & zeilen in de
Twaalfvoetsjol op blz 58). Het “waterrif” maakt het mogelijk om
het zeil vlakker te maken
zonder dat het zeiloppervlak wordt verkleind. Deze oplossing is echter niet
terug te vinden
op de huidige zeiltekening.
Volgens
de Klassenvoorschriften (2004) moet het huidige zeilplan voldoen aan de
zeiltekening van 28-02-1977, zie onderstaande schets. Dit is de metrische versie
van het
zeilplan uit 1913. Ook wordt aangegeven dat een enkel of dubbel bindrif is toegestaan.
De constructie moet in overeenstemming zijn met de eerder genoemde zeiltekening.
![]() |
|
Uitgangssituatie 1913:
Een relatief bol zeil dat in twee stappen aanzienlijk werd verkleind met 18%
en 35%.
2. De mogelijkheden en voor- en nadelen van gereefd zeilen
Wedstrijdzeilen
In het begin van mijn Jol-zeilen (1993 en 1994) heb ik met veel bewondering
gezien hoe
Greet Tims met Lies van Beekum als bemanning in de beroemde Glipper 277 bij
een
windsterkte van 5 en 6 Beaufort schijnbaar moeiteloos hun wedstrijd met een
gereefd zeil
volbrachten met zeer goede serie-resultaten. Zelf was ik een van de vele “kerels”
die onder
deze omstandigheden niet aan de start verscheen. Op dat moment had ik nog te
weinig
“ervaring” met de Jol om bij windkracht 5 tot 6 en hoge golven te
varen, ook wilde ik
schade aan de 468 vermijden.
Enthousiast gemaakt door de visie van Greet Tims (nationaal kampioen 1962 in
de 277) op
gereefd varen met de Jol, heb ik in een vlak zeil een bindrif en een 2e ruit
laten aanbrengen.
Kort daarna was ik in de gelegenheid om het gereefde tuig (met succes) uit te
proberen.
Tijdens een Sneekweekwedstrijd (vermoedelijk 1996) verschenen bij windkracht
5 tot 6
slechts drie Jollen aan de start: Hans Reijers in de 411 met vol zeil werd 1ste,
de 468 met
gereefd zeil en Leen de Goederen als bemanning werd 2de. Rypke de Jong met vol
zeil in de 773
werd 3de, omdat hij vlak voor de finish te veel water in de Jol had.
Op
basis van hierboven vermelde praktijkvoorbeelden kan het volgende gezegd worden
over de mogelijkheden van een reefbaar zeil bij
Wedstrijdzeilen:
De
voordelen zijn:
-Ook bij harde wind starten en dus de complete wedstrijdserie varen.
-Betere beheersing van de Jol en dus minder kans op vollopen of omslaan van
de Jol.
-Minder (over)belasting van de Jolconstructie en dus voorkomen van (termijn)schade.
-Minder afhankelijk van bemanning.
Zeilers die bij voorkeur zonder bemanning varen, kunnen dat met een gereefd
vlak zeil tot
begin windkracht 5 Beaufort zonder bemanning volhouden.
Het
nadeel is:
Je wint nooit een wedstrijd vanwege de iets lagere snelheid op de ruime rakken.
Tenzij de
concurrentie uitvalt door schade of omslaan.
Toerzeilen:
Bij toerzeilen in het bijzonder wil je, ook bij toenemende wind, lekker “relaxed”
kunnen
blijven varen. Een gereefd zeil heeft die mogelijkheid.
3. De noodzakelijke aanpassingen om een zeil reefbaar te maken
Uitgangspunt:
Een relatief vlak zeil nemen
van vervormbaar zeildoek
dus attentie coating.

(R)
Reefmaat (afstand tot giek)
Advies 30, 40 of 50 cm
(1) Extra oog in staaldraad voorlijk
(2) Extra oog in achterlijk met hoekversterking
(3) Gaten voor rijglijn (advies: marlsteek toepassen)
(4) 2e ruit (advies: standaard afmeting toepassen)
(5) Hulplijn voor het tegen de mast houden van de gaffel (advies: een dunne
lijn door het
oog van de bovenste strop en om de mast, volgens het “lasso”-principe.
De lijn onder
het “neusblok“ doorhalen en op een korvijnagel vastzetten.).
4. De huidige reef-aanpak t.o.v. de historische aanpak en de klassenvoorschriften
(2004)
Huidige aanpak t.o.v. de historische aanpak
1.
Bij de huidige aanpak wordt een relatief vlak zeil genomen waarvan het profiel
geschikt
is voor windkracht 4 en 5 beaufort. Een dergelijk zeil heeft minder luchtweerstand
dan
het relatief bollere (katoen) zeil van het zeilplan (1913). Het gevolg daarvan
is meer
bootsnelheid door de gunstiger voorwaartse zeilkracht en meer hoogte door de
geringere dwarskracht (drift).
2. De reductie van het zeiloppervlak is kleiner, dus meer snelheid op de ruime rakken.
3.
Het gewicht van de bemanning, alleen de stuurman of stuurman met bemanning,
is
bepalend voor de plaats van het bindrif.
4.
Ruit (2e) van standaard afmetingen toepassen. Meer zicht op de omgeving, dus
meer veiligheid en minder kans op schade.
Huidige aanpak t.o.v. de Klassenvoorschriften
1. In de Klassenvoorschriften wordt aangeven dat een enkel of dubbel bindrif
is toegestaan.
Ook moet de constructie volgens de tekening worden uitgevoerd. Waarschijnlijk
wordt gewezen op de bindrif-constructie, dus gaatjes. Op de zeiltekening staan
twee
lijnen van een bindrif, de maatvoering (afstand tot de giek) wordt niet aangegeven.
Een zeil dat voorzien is van een “waterrif” en een “normaal”
rif zou dus voldoen aan de
klassenvoorschriften, mits de bindrif-methode wordt toegepast.
(Helemaal duidelijk is het niet, ik zal de Technische Commissie vragen om hun
zienswijze)
2.
Als tweede ruit, een ruit van standaard-afmetingen toepassen
Het maximum toelaatbare oppervlak van 0,28 m2 wordt dan overschreden als het
zeil
zonder rif, dus met twee ruiten, gebruikt wordt in de wedstrijd.
(Wellicht is dit een onderwerp voor de eerstkomende Technische Vergadering)
3.
Het toepassen van een hulplijn voor het bij de mast houden van de gaffel. Het
gebruik
van een dergelijke hulplijn is niet nieuw, zie foto’s in het jubileum
boek.
Deze lijn wordt echter niet in de klassenvoorschriften vermeld.
(Wellicht is dit een onderwerp voor de eerstkomende Technische Vergadering)